341. Noorden

We komen Nederland nog niet uit, Friesland zelfs niet eens. Toen we de grens naderden werden we teruggestuurd door een aantal jonge stieren:

Niet moeilijk te raden wie hier wel langs durfde en wie niet. Tillie was al half voorbij, ze zou het redden, toen de dieren ons begonnen te volgen. “Weg” dacht ik. “Niet rennen!” wist Tillie. Er kwam ons een jongen tegemoet tijdens het wegsnelwandelen, op een fiets. Of een fietsje, hij was een jaar of 3. Hem lukte het wel, zijn oma ook. Maar ons niet.

Het gaf ook niet, want we moesten nog op pad om een trapje te vinden zodat we beter bij de camperluifel konden. En daar hadden we in de buurt, in Appelscha, de Kamelenmarkt voor:

Niet alles was open,

maar hier dan toch een trap.

En Tillie trapte toen zo de provincie uit:

Langs een festivalletje in Groningen

Thuis gekomen bij Tarquinius

Hij doet het geweldig, zo zonder Lucius, gaat overal even naar buiten en we laten hem niet te lang alleen. We mountainbiken steeds een paar uur, en zwemmen wat, dat wel. Morgen in Eemshaven en dan toch zo het land uit.

2 gedachtes over “341. Noorden

  1. Ik was linea recta teruggegaan voor die koeien met hun leider. Ik heb in jouw afwezigheid een koeienfobie ontwikkeld, te danken aan ons geliefde huisdier. Die dacht: ik grom even naar de kalfjes. Nou, dan is prikkeldraad echt heel dun en kunnen koeien en stieren heel hard lopen!

    Maar jij hebt altijd Superwoman bij je ☺. Dan loopt elk drama goed af.

    Veel plezier in ‘das Unbekannte’.

    Like

Plaats een reactie